Traducción de "decir" en neerlandés

zeggen, opgeven, vertellen son las principales traducciones de "decir" a neerlandés.

decir verb gramática

Comunicar oralmente, usando un lenguaje particular. [..]

+ Añadir

Diccionario español-neerlandés

  • zeggen

    verb

    mondeling mededelen, spreken, betuigen [..]

    Estoy de acuerdo con la mayor parte de lo que él dijo.

    Voor het meerendeel ben ik het eens met wat hij zei.

  • opgeven

    verb

    Cuando se exija el certificado de exportación, también se indicará el número de dicho certificado.

    Wanneer een uitvoercertificaat vereist is, wordt bovendien het nummer van dat certificaat opgegeven.

  • vertellen

    verb

    een al of niet ware gebeurtenis verhalen

    No tengo nada más que decir sobre él.

    Ik heb verder niets meer over hem te vertellen.

  • Traducciones menos frecuentes

    • spreken
    • praten
    • staan
    • zeg
    • betekenen
    • luiden
    • gezegde
    • aangeven
    • uitbrengen
    • zeggenschap
    • bedoelen
    • menen
    • instrueren
    • opzeggen
    • willen zeggen
  • Mostrar traducciones generadas algorítmicamente

Traducciones automáticas de " decir " a neerlandés

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Frases similares a "decir" con traducciones al neerlandés

Añadir

Traducciones de "decir" a neerlandés en contexto, memoria de traducción