Traducción de "ceder" en neerlandés

afstaan, toegeven, zwichten son las principales traducciones de "ceder" a neerlandés.

ceder verb gramática

Dejar de oponerse o resistir.

+ Añadir

Diccionario español-neerlandés

  • afstaan

    verb

    uit handen geven

    El agricultor podrá ceder voluntariamente derechos de ayuda a la reserva nacional.

    Landbouwers mogen vrijwillig toeslagrechten aan de nationale reserve afstaan.

  • toegeven

    verb

    zwichten (voor de verleiding)

    Entiendo tu enojo, pero no cederé ante Cormac.

    Ik begrijp jouw woede, maar ik kan niet aan Cormac toegeven.

  • zwichten

    verb

    zwichten (voor de verleiding)

    Si cedemos ante la presión, sólo traicionaremos a unos cuantos.

    Als we onder de druk zwichten, verraden we maar'n paar mensen.

  • Traducciones menos frecuentes

    • overdragen
    • opgeven
    • wijken
    • prijsgeven
    • capituleren
    • verschuiven
    • aanhouden
    • teruglopen
    • verlopen
    • terugdeinzen
    • uitstellen
    • achteruitlopen
    • verdagen
    • achteruitgaan
    • teruggaan
    • afstand doen van
    • terrein verliezen
    • overgeven
    • aftreden
    • verlaten
    • nalaten
    • uitvallen
    • afleggen
    • abdiceren
    • abdiqueren
    • legateren
    • afstand doen
    • in de steek laten
    • laten varen
    • zich onderwerpen
    • cederen
    • belonen
    • zich gewonnen geven
  • Mostrar traducciones generadas algorítmicamente

Traducciones automáticas de " ceder " a neerlandés

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Frases similares a "ceder" con traducciones al neerlandés

Añadir

Traducciones de "ceder" a neerlandés en contexto, memoria de traducción