Traducción de "ascender" en neerlandés

stijgen, klimmen, beklimmen son las principales traducciones de "ascender" a neerlandés.

ascender verb gramática

Elevarse; Ir hacia arriba. [..]

+ Añadir

Diccionario español-neerlandés

  • stijgen

    verb

    naar boven gaan, toenemen [..]

    La tasa de desempleo ascendió un 5 %.

    De werkloosheidsgraad steeg tot vijf procent.

  • klimmen

    verb

    Bestijgen; naar boven gaan. [..]

    A medida que subía el sol, también ascendían los excursionistas por la ladera de la montaña.

    De wandelaars op de bergflank klommen gestaag met de zon mee.

  • beklimmen

    verb

    Naar boven gaan, vliegen, zweven. [..]

    No estoy hablando de ascender en la escalera del éxito en nuestras diferentes profesiones.

    Ik heb het niet over het beklimmen van de succesladder van een beroepscarrière.

  • Traducciones menos frecuentes

    • bevorderen
    • bestijgen
    • promotie maken
    • opstijgen
    • uitkomen
    • promoveren
    • toenemen
    • rijzen
    • uitstijgen
    • afdalen
    • uittreden
    • zinken
    • uitstappen
    • uitgaan
    • uitlopen
    • overgaan
    • vorderen
    • voorgaan
    • monteren
    • avanceren
    • voorlopen
    • vlotten
    • oprukken
    • vooruitgaan
    • opschieten
    • voorafgaan
    • in rang opklimmen
    • naar beneden gaan
    • naar boven gaan
    • omhoog gaan
    • veld winnen
    • voor zijn
    • voorwaarts gaan
    • oplopen
    • opstaan
    • promoten
    • opgaan
  • Mostrar traducciones generadas algorítmicamente

Traducciones automáticas de " ascender " a neerlandés

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Frases similares a "ascender" con traducciones al neerlandés

  • afdalen · bedragen · belopen · bestijgen · klimmen · naar beneden gaan · naar boven gaan · rijzen · stijgen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · zinken
  • afdalen · bestijgen · klimmen · naar beneden gaan · naar boven gaan · rijzen · stijgen · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · zinken
Añadir

Traducciones de "ascender" a neerlandés en contexto, memoria de traducción